0B1EC081-7F12-4C67-AC19-1ED10CF0505AArrow downArrow rightArrow rightArrow upCalendarClose984D9BFC-BA95-41CD-AA38-65F5DB27F79DLocation (large)Location (small)MenuNetvliesPlaySearchFacebookInstagramLinkedinTwitter
Tickets

Max Aguilera-Hellweg

Waarom lijken robots eigenlijk zo op mensen? Waarom hebben ze ogen, een neus, een mond of haar? De reden is dat wetenschappers dachten dat mensen zich meer op hun gemak zouden voelen als robots op ons lijken.

Uncanny Valley

Maar robots op mensen laten lijken kent in de praktijk zo zijn grenzen. Lijken ze namelijk teveel op ons, dan stoten robots ons af en voelen we juist een afkeer. De Japanse wetenschapper Masahiro Mori beschreef dit effect al in 1970. Wij kennen het onder de naam ‘uncanny valley’, een verwijzing naar Freuds essay Uncanny (Das Unheimliche).

Humanoid

Max Aguilera-Hellweg (Verenigde Staten, 1955), een doorgewinterde fotojournalist die in zo ongeveer alle belangrijke tijdschriften van Amerika heeft gestaan, maakte het eerste fotoboek met portretten van robots. Voor Humanoid (2017) ging hij zes jaar lang op zoek naar het uncanny valley-effect in Japan en Amerika. Maar in plaats van afkeer voelde hij juist intimiteit.

Positief pamflet

In zijn portretten laat hij de hechte band tussen mens en robot zien, maar toont hij ook de technologische kant van de levensechte robots: de bedrading in een schedel, een loshangend gezicht. Sommige beelden zijn enigszins verontrustend, zoals die van een kruipende baby-robot. Maar bovenal is Humanoid een positief pamflet. De wereld is onherroepelijk aan het veranderen en robots maken deel uit van de nieuwe wereld. ‘Wees niet bang,’ zegt de fotograaf. Daarmee treedt hij in de voetsporen van de beroemde sciencefiction-auteur Isaac Asimov, die voor I, Robot in de jaren veertig al liefdevol over robots schreef.